In de kamers van haar huis liggen geen cd’s.
Geen cd’s om in naar zichzelf te kijken en dronken bij te denken: “ik zie er goed uit”.
Maar nu de lichtknop in haar badkamer zich ’s nachts al makkelijker vinden laat, lacht ze daar naar haar spiegelbeeld.
Met een overtuiging, niet door drank ingegeven, maar die er is sinds zij dichterbij ligt.
Vijf dingen die ze over/voor zichzelf nog niet weet:
Dat ze barok toch boven rococo zal verkiezen en dat design veel geld kost.
Hoe haar nieuwe auto- en wekkerradio klinken.
Dat ze even met het woord hartverscheurend rond zal lopen.
Dat subspace zeven fases kent. En geen drie.
Dat steeds minder mensen haar avonturen op het werk zullen durven lezen.
In de auto wordt ze er zich van bewust dat vrijdagavond en -nacht eraan komen.
Op de parking van het warenhuis blijft ze zitten luisteren naar de presentatoren op de radio.
Ze stelt het winkelen uit.
Ze hebben er alles, alle producten die de herinnering aan haar kunnen oproepen.
De met wijn gevulde rekken loopt ze voorbij.
Ze vraagt een verkoopster waar de badpakken hangen, maar die zijn er nu even niet.
Bij de verzorging ziet ze het product dat ze een vrijdag geleden uit haar hals kuste.
Ze kwam thuis en haar boekenrek bleek omver gevallen.
Het was geen kast, een rek, niet al te stevig.
Haar boeken lagen op de grond, min of meer zoals ze tevoren bij elkaar hadden gestaan.
Ze legde ze opzij en tilde het rek weer tegen de muur.
Met haar vingers de schroeven wat aandraaiend.
Ook de andere meubelen in haar huis moesten geregeld worden bijgeschroefd: kast, rek, tafel, stoel.
Ze keek de kamer rond en zag dat ook de liefde zich als een onzichtbaar meubelstuk in huis gedraagt.
Geen tafel of stoel die even stevig blijft als op de dag waarop je ze binnen brengt. Hoe langer je op ze leunt en zit, hoe meer ze wankelen.
Gelukkig komt er dan altijd wel weer iemand langs die de schroeven liefdevol voor je vastdraait.
Waarna je opnieuw comfortabel op je stoel aan tafel plaatsneemt.
Maar nooit brengt iemand een schroefboormachine mee.
Ze plaatste haar boeken terug op het rek en dacht:
“Als in dit huis nog een keer iets in of uit elkaar valt, vervang ik al mijn meubelen door stevig en schroefloos design.”
Ze wil fietsen over de kasseien van de stad.
Omdat die de haartjes in haar oren laten trillen.
En dat kriebelt.
Ze wil gaan fietsen over de kasseien aan de kaaien en de leien waar de plezierbootjes varen.
Omdat daar de stenen effen liggen.
En dat geeft haar de subtiele kriebeling waar ze zin in heeft.
Ze weet waarom ze naar zulke kleine gewaarwordingen verlangt.
Omdat ze denkt dat vele kleintjes samen één grote kunnen maken.