Zenuwcellen afgestorven in 10/06

Hoornlaag

23/10/06

De huid als spiegel van wat eronder zit.

Ze ligt met haar in het gras ergens in het noorden van het land.
Ze likt haar stevige, dikke huid. Zo een waar je niets doorheen kunt zien.

Endorfien strijkt met haar vingertoppen over haar eigen gezicht, een vel zo dun dat het op de dunste plaatsen transparant wordt.
Ze wil een dikkere huid, zo een als die van haar.

Ultraviolette stralen zorgen ervoor dat de hoornlaag verdikt. Daarom ligt ze hier nu met haar in het gras in de zon.
Maar ze weet ook dat op lange termijn de straling de huid alleen maar fragieler maakt.

De zon, moet ze erin komen of eruit blijven?

King of Straw (3)

18/10/06

In elke hoek van haar kamer zit er één. Vier dezelfde stoelen, vier verschillende gedaanten, twee rechtop, twee wat in elkaar gezakt. Ze heeft ze ergens opgepikt en in haar huis gezet. Elk op een stoel.
Ze zit op de schoot van degene in de hoek links van het raam. Voorwaarts. Ze streelt zijn hand en omklemt zijn dij met haar knieën. De andere hand in zijn nek, haar lippen in zijn hals. Ze leunt naar voren zodat haar borsten tegen zijn lijf drukken. Ze kan niet voelen of hij het graag heeft.
Ze heeft van deze vier die links van het raam uitgekozen. Omdat hij de kanjer is die ze tussen de kolen ontdekte.

King of Straw (2)

10/10/06

VogelschrikVanop de fiets speurt ze de velden af tot ze er één ontdekt. Na tientallen kilometers van vruchteloos trappen vindt ze hem tussen de kolen, een kanjer van een vogelschrik. Deze neemt ze mee naar huis.

Het is middag, ze staat alleen op de aarden weg, niemand zal zien hoe ze hem ontvoert.

Droog zand, hij komt makkelijk los. Voor ze zijn lijf optilt, verwijdert ze nog de vier melkflessen aan zijn armen. Die laat ze op het veld achter.

Ze zet hem op haar bagagedrager en fietst ermee naar huis, zijn armen om haar middel geslagen en zijn kop in haar nek. Ze houdt zijn beide wanten vast en kriebelt met haar rechterwijsvinger onder zijn linkermouw. Zo heeft ze voor het eerst iemand achter op haar fiets.

Dat was met haar nooit gelukt. Zij was te zwaar. Zij moest altijd rijden, Endorfiens handen stil in haar jaszakken.

Met de vogelschrik fietst ze de vele kilometers moeiteloos. Al waait ergens onderweg zijn hoed wel af.