Zenuwcellen afgestorven in 04/06

Ding dong

28/04/06

fietsbellenZe kan op andere dagen van de week fietsen, maar ze verkiest de zondagen. Omdat de dijken dan vol fietsers zijn. Fietsers die, omdat het druk is, af en toe hun fietsbellen gebruiken.

Het is voor dat gerinkel dat Endorfien op zondagen graag op de dijken gaat fietsen.

Het doet haar denken aan haar moeder met wie ze vroeger dikwijls uit reed. “Fietsen op de heide, fietsen met zijn beiden”, zo zong ze, en Endorfien die achter haar aan trapte, ondersteunde haar gezang met haar bel.

Het herinnert haar ook aan haar vriendje. Die verzamelde fietsbellen. Of toch het bovenste deel ervan. Af en toe vond hij op straat zo’n verloren ‘hoedje’. Soms intact, soms plat gereden. Hij rangschikte ze volgens doorsnede, de grootste 80 mm, en volgens kleur, de meeste zilver. Volgens geluid, dat ging niet. Volgens prijs, ook niet. Ze deed hem er eens enkele cadeau (twee van 3 Euro, één van 5, één van 9), maar die wou hij niet.
Haar vriendje was iemand die wou vinden, niet kopen. Die wou “fietsen op de heide, ver van iedereen”.

Notenschrift

18/04/06

ritmische muziektekensEndorfien werd wakker. Het is dan nooit lang wachten op een vraag. Deze nacht vroeg die naar de rusttekens uit het notenschrift.

Het was lang geleden dat Endorfien een partituur gelezen had, maar nu probeerde ze zich te herinneren hoe het eruit ziet als er geen muziek klinkt.
Kronkelende linten, schuine strepen met haakjes en bolletjes, blokken die op de balk liggen of eronder hangen, Endorfien was wakker en trots ze niet vergeten te zijn.
Nu de vraag haar antwoord had, kon ze verder slapen.

Endorfien droomde dat ze met haar kuste. Het voelde als muziek. Adagio ritenuto con brio. Met kwartnoten en hele, korte en lange. Evenzeer legato (gebonden) als portato (ongebonden). Wisselend aantal tellen per maat. En weer van voren af aan (Da Capo al Fine). Zonder de rusttekens te vergeten.

“Soms is het mooi om in een muziekstuk even een stilte te hebben.”

Live with me

13/04/06

vlogged by WP Video Blogger / hosted by YouTube

Eclipse (de gele) (2)

9/04/06

Endorfien zit op de Eclipse. Te wachten tot ze vastgemaakt zal worden, vanonder en vanboven. Ze is bang maar denkt: ‘Ik zit hier nu, dus ik blijf zitten.’ Non refundable.
Een beetje zoals op de feestjes, dan denkt ze: ‘Ik sta hier nu, dus ik blijf dansen.’
Een beetje zoals in het leven: ‘Ik ben er nu, dus ik zal maar blijven.’
J’y suis j’y reste.

Non refundable ticket voor de gele Eclipse

Endorfien zit op de gele Eclipse, vastgemaakt vanonder en vanboven, 48 meter hoog, tegen 110 km/h, aan 4,5 G.
Gewichtloos, maar niet gedachteloos.
Ze denkt: ‘Als er nog eens iemand komt, zal ik zeggen, ik ben bij je en ik ga blijven.’

Armen (5)

7/04/06

‘Wat een triest verhaal’, zei de vrouw met de lange armen.
‘Ja’, zei Endorfien en toen wouden de vrouw haar lange armen naar huis.
Endorfien vroeg of er in haar buurt een winkel was, want dan kon ze nog een eindje meelopen en bij haar in de buurt inkopen doen. Er was een winkel.
Overal in de stad zijn winkels, net zoals er overal bruggen zijn en verkeerslichten staan. Ze stapten de richting van haar huis uit. Endorfien deed alsof ze de weg niet kende, maar ze kende hem maar al te goed. Ze wist dat ze enkele verkeerslichten zouden passeren en als ze zich niet vergiste, was haar huis dichtbij een brug gelegen. Ze kwamen langs de verkeerslichten en ze dacht: ‘Zou ik?’ Maar ze zou natuurlijk niet. Even later naderden ze de brug. Endorfien zei tegen de vrouw dat het toch wel toeval was dat ze net deze ene brug nog niet bekust had.

Endorfien zag aan de ogen van de vrouw dat ze begreep dat heel haar bruggen- en verkeerslichtenverhaal verzonnen was, maar ze antwoordde: ‘Nu weet je tenminste al de weg ernaartoe.’
‘Ja’, zei Endorfien en toen liepen ze haar vriend tegen het lijf. De vrouw knipoogde naar Endorfien en begon op de brug met hem te kussen. Haar handen stak ze daarbij in haar broekzakken. De kus duurde lang.

Endorfien stapte weg, maar keek nog eenmaal om, naar de scherpe hoeken tussen haar ellebogen.

Armen (4)

6/04/06

In het café wou Endorfien nog een en ander kwijt over korte nagels en daarom begon ze te vertellen over een vroegere studiegenote die in hetzelfde huis als zij een kamer huurde.

‘Ook tegen dat meisje had ik bij de eerste ontmoeting gezegd dat ik van korte nagels hield. Ze vroeg me of ik er dan maar op wou toezien dat haar nagels niet te lang werden. Als ik ze te lang vond worden, moest ik ze knippen. En ik knipte haar nagels elke week. Wat hield ik van haar nagels. Eerst hield ik alleen van die nagels, maar nadien ook van haar handen en later ook van haar armen, al waren die dan niet lang. Tussen haar ellebogen zaten stompe hoeken. Uiteindelijk hield ik helemaal van haar. Dat vond ze wel plezierig, maar toch bleef ons contact beperkt tot het knippen van haar nagels. En na een tijdje begon ook dat te verwateren. Ik merkte dat ze haar nagels af en toe zelf knipte. In de badkamer lagen er af en toe nagels die van niemand anders konden zijn dan van haar. Ik zou haar nagels uit duizenden herkend hebben. Ze liet haar nagels dus niet altijd meer door mij knippen, net zoals ze niet altijd alles meer tegen me zei. Daarvoor had ze nu andere vriendinnen. Maar wil één van hen je nagels knippen, vroeg ik haar eens. Dat wist ze niet. Ik wist het wel. Ik voelde me bedrogen en de dag dat ze vertelde dat ze haar nagels door een van haar vriendinnen had laten lakken, was de maat vol. Dit was het verraad dat zou gewroken worden. Op een avond, toen ze buitenshuis bij een van haar vriendinnen zat, sloop ik haar kamer binnen en strooide overal nagels uit. Alle nagels die ik ooit van haar had afgeknipt of in de badkamer had gevonden, had ik verzameld en die legde ik nu in haar bed tussen haar lakens, in haar kussensloop, in haar zetel, op haar tapijtje, in de zakken van haar kleren, in haar pennenzak, in het bekertje dat ze gebruikte bij het tandenpoetsen… Ik strooide ze overal. Natuurlijk was ze woest en veel hebben we elkaar na dat voorval niet meer gesproken.’

‘Wat een triest verhaal’, zei de vrouw met de lange armen.

Armen (3)

5/04/06

Bruggen en verkeerslichten, dat is Endorfiens leven en nu stond ze daar op de brug waar het allemaal begonnen was en nog wel bij een vrouw met lange armen. Ze vroeg haar of ze ergens een kop koffie wou gaan drinken en dat wou ze. Ze kwamen langs enkele verkeerslichten en ze dacht: ‘Zou ik?’ Maar ze zou natuurlijk niet. Bovendien was de vrouw van het type dat niet wacht voor een rood verkeerslicht. Waarschijnlijk zou ze ook niet blijven staan om naar het water onder een brug te kijken, maar wat deed ze dan daarstraks op die brug? Endorfien vroeg het haar en ze antwoordde dat ze er stond te wachten op haar vriend en omdat die niet was komen opdagen, ging ze met Endorfien ergens een kop koffie drinken. Neen, om bruggen en verkeerslichten mee te bekussen kwam deze vrouw nog niet in aanmerking. Eerst moest Endorfien haar wat beter leren kennen, zodat ze haar voor en na een kus op een brug of bij een verkeerslicht met gepaste oprechtheid iets liefs zou kunnen zeggen. Zo zou ze dan bijvoorbeeld kunnen zeggen: ‘jij lijkt mij niet stompzinnig’, waarmee ze zou bedoelen: ‘je ellebogen vormen geen stompe hoeken als je je handen in je broekzakken steekt’. Of ze zou kunnen zeggen: ‘jij lijkt mij wel scherpzinnig’, waarmee ze zou bedoelen: ‘je ellebogen vormen scherpe hoeken als je je handen in je broekzakken steekt’.

Ondertussen had de vrouw haar handen nog steeds niet uit haar broekzakken genomen. Vrouwen die hun handen in hun broekzakken steken, je komt ze niet vaak tegen en je vraagt je eigenlijk af waarom ze het doen. Endorfien vroeg het haar. ‘Om hun handen te verbergen’, giste ze. ‘Misschien zijn hun nagels vuil of hebben ze inktvlekken op hun vingers.’ Endorfien vroeg haar wat er mis was met haar handen. ‘Niets’, antwoordde ze. ‘Ze zitten zonder reden in mijn broekzakken, mijn vingers en nagels zijn proper’. Endorfien zei haar dat ze hield van korte nagels en lange armen, en vertelde dat ze de armlengte van mensen afmeet aan de hoek die hun ellebogen vormen als ze hun handen in hun broekzakken steken. Toen maakte de vrouw een terechte opmerking. ‘De kromming van de ellebogen hangt toch samen met de positie van de broekzakken. Of iemand zijn broek boven of onder zijn heupen draagt, maakt een groot verschil.’ Dat moest Endorfien beamen. ‘Maar ik hou van mensen die hun broeken boven hun heupen dragen en daar mensen van wie de ellebogen scherpe hoeken vormen, gegarandeerd hun broeken boven hun heupen dragen…’ Endorfien twijfelde eraan of de vrouw nog kon volgen. Ze wou het haar vragen, toen ze zei: ‘Zullen we hier maar naar binnen gaan?’ Ze gingen maar naar binnen en bestelden twee koffies.

Armen (2)

4/04/06

‘En wil je weten wat ik nog meer doe?
Ik hou ook een lijst bij van alle verkeerslichten in de buurt waarvan ik ooit iemand gekust heb en ook dat aantal groeit gestaag. Ja, iedereen houdt ervan om plots op straat gekust te worden en dan nog op een brug of bij een verkeerslicht, hoe romantisch.
Toch is het niet met iedereen even makkelijk. Sommigen stappen steeds stevig door. Zij blijven niet staan om naar het water onder een brug te kijken en zij blijven niet wachten voor een rood verkeerslicht. Neen, zij willen niet liever dan meteen naar huis, want daar kan het kussen tot meer leiden dan waartoe het op straat leiden kan. Zij beseffen evenwel niet welke dienst ze me zouden bewijzen door me op een brug of bij een verkeerslicht te kussen en zij beseffen ook niet welke dienst ze zichzelf ermee zouden bewijzen, want als ik een brug of verkeerslicht aan mijn lijst heb kunnen toevoegen, ben ik zo uitgelaten dat ik later in huis, waar zij toch zo meteen naartoe willen, ook uitgelaten ben.

Ik weet niet hoeveel verkeerslichten deze stad telt. Ik schat dat het er een paar honderd zijn. Ik heb er al negenentwintig bekust. Ooit kuste ik iemand bij een verkeerslicht en dat viel zo goed mee dat we even later op het zebrapad alweer stonden te kussen. Ik heb toen even overwogen om ook alle zebrapaden systematisch te beginnen bekussen, maar dat zou geen leven meer zijn. Deze stad telt dertig bruggen en een paar honderd verkeerslichten. Dat is genoeg om een leven mee te vullen.’

Armen

3/04/06

Endorfien houdt van vrouwen met lange armen. Ze houdt van vrouwen van wie de armen zo lang zijn dat hun ellebogen een scherpe hoek vormen, als ze hun handen in hun broekzakken steken. Als hun ellebogen een rechte hoek vormen, is dat ook nog goed, maar een stompe hoek is uit den boze.

Toen ze gisterenavond door de stad liep, zag ze op een brug een vrouw staan met haar handen in haar broekzakken. Die had lange armen. Als Endorfien er een gradenboog of geodriehoek bij genomen had, had ze tussen haar ellebogen waarschijnlijk een hoek gemeten van een graad of zestig. Om die reden besloot ze haar aan te spreken.

Natuurlijk zei ze niet meteen dat ze van vrouwen met lange armen hield, neen, ze zei dat ze op deze brug voor het eerst iemand gekust had. Dat was een test. Als de vrouw nu zou vertellen waar zij voor het eerst gekust had, was ze voorspelbaar en was dit gesprek het verderzetten niet waard, ook al had ze dan lange armen.
De vrouw zweeg en keek Endorfien rustig aan. Het deed Endorfien plezier dat haar ogen niet de minste verschrikking vertoonden. Ze gaat er immers vanuit dat als ze mensen bij het eerste contact niet gerust kan stellen, ze ze nooit meer gerust zal kunnen stellen. De vrouw bleef dus zwijgen en Endorfien vertelde dan maar dat ze er een sport van had gemaakt om alle bruggen van de stad te bekussen.

‘Deze stad telt dertig bruggen en reeds op negenentwintig ervan heb ik ooit staan kussen.’
‘Dan moet jij veel kussen’, merkte de vrouw met de lange armen op.
‘Ja’, zei Endorfien. ‘En wil je weten wat ik nog meer doe?’